Cane Corso Kennel L'Argilla Frisone
 Cane Corso Kennel L'Argilla Frisone

Het ontstaan:

De Cane Corso (spreek uit als Kaane Korso) behoort tot de groep van Molossers, waartoe ook dogachtigen als de Mastiff, Bordeauxdog, Mastino Napolitano en de Rottweiler behoren. De term Molosser is afgeleid van de Molossi‘rs (zogenaamde grens-Grieken) die in de oudheid in het zuiden van Albani‘ en noord Griekenland woonden. De honden genoten een strijdbare reputatie en werden onder meer als oorlogshond gebruikt in de legers van Alexander de Grote (356-323 v. Chr.) wiens moeder uit Molossië kwam.

Nazaten van deze strijdbare hond kwamen op het platteland van Italië terecht. Daar ontwikkelde de hond zich tot een ras dat voor veel doeleinden kon worden gebruikt. Rond 1200 wordt de Cane Corso voor het eerst beschreven in de Italiaanse literatuur. De sterke, atletische alleskunner was met name populair bij boeren, slagers, veldwachters en jagers. De werkhond waakte over erf en goederen van de boer, hielp de slager met het opdrijven van stieren, de jager met het opsporen van wilde varkens en de veldwachter met de bescherming van zijn eigen persoon of het aanhouden van allerlei gespuis.

De multifunctionele Cane Corso werd niet gefokt op uiterlijk, maar vooral op karakter en inzetbaarheid. Het verklaart waarom de Cane Corso zich in de verschillende delen van Italië zo verschillend heeft ontwikkeld. Het is echter ook de reden waarom de Cane Corso, zoals we hem vandaag kennen een harmonieus en evenwichtig karakter heeft. Het karakter dat onderdeel is van de rasstandaard.

De naam Cane corso komt van het Latijnse woord canis wat 'hond' betekent en het Latijnse cohors, dat weer een afgeleide is van het Griekse cortos, wat zoveel betekent als 'bewaker van het huis'. Met zulk verantwoordelijk werk moest de hond dus wel over enige dominantie beschikken. Dominant als in 'uitstraling van moed'.
Het respect volgde dan vanzelf.

 

Bron: http://www.canecorsoclub.nl/ras/ras.html

 

 

Top | largillafrisone@hotmail.nl